| Huidige crisis, een wetmatigheid? |
|
|
|
| Geschreven door Wim Grommen |
| donderdag, 12 januari 2012 14:15 |
|
Kijkend naar de kenmerken van de fasen waarin maatschappelijke transformatieprocessen zich voltrekken, zou het heel goed kunnen, dat we nu aan het eind van de zogenaamde derde industriële revolutie zitten. Transities zijn doorgaans maatschappelijke transformatieprocessen, die tenminste één generatie beslaan. Transities hebben de volgende eigenschappen:
Voorbeelden van historische transities zijn de demografische transitie en de overgang van kolen naar aardgas, die een transitie in de energiehuishouding impliceerde. Een transitie ligt niet bij voorbaat vast, omdat er gedurende een veranderingsproces altijd sprake is van aanpassen aan, leren van, en inspelen op nieuwe situaties. Een transitie is dus geen wetmatigheid.
Vier transitiefasen In het algemeen beschrijven transities de S-curve en zijn vier transitiefasen te onderscheiden (zie ook figuur 1):
Ook een productlevenscyclus (en een bedrijfslevenscyclus) beschrijft een S-curve. In dit geval is er nog een vijfde fase: de aftakelingsfase, waarin kosten stijgen door overcapaciteit en waarin een producent zich uiteindelijk terugtrekt uit de markt.
Figuur: Er zijn over het algemeen vier fasen in een transitie, die zich het beste laten visualiseren middels een S-curve. Het spreidingsproces van transities
De neolithische transitie is voor de mensheid de meest ingrijpende transitie geweest. Deze eerste landbouwrevolutie(10.000 – 3000 v chr) vormde de overgang van een jager-verzamelaarssamenleving (20-50 personen) in nabijheid van water met een rondtrekkendbestaan, naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden en aan landbouwen veeteeltdeden. Er ontstond een hiërarchische samenleving. Gezamenlijke organisaties beschermden en bestuurden nu de interesses van het individu. Het (verplicht) uitvoeren van taken voor de gemeenschap zou gezien kunnen worden als het begin van een belastingstelsel. Er kwamen voorraden en voorraadbeheer, er ontstond handel, ongelijkheid en diefstal. Er ontstonden vormen van rechtspraak om conflicten tussen en binnen de nederzettingen op te lossen en oorlog werd een middel om belangen te behartigen.
Zuid-Anatolië, Chinain de bekkens van de Jangtsekiangen Gele Rivier, de Indusvallei, het huidige Peruin het Andes-gebergte, Midden-Amerika in het huidige Mexico. Vervolgens verspreidde ze zich vanuit deze plaatsen over heel de wereld. Als we naar de laatste twee eeuwen kijken, hebben er drie ingrijpende transities plaatsgevonden: 1. De eerste industriële revolutie De eerste industriële revolutie duurde van circa 1780 tot circa 1850 en concentreerde zich in de katoenindustrie. Kenmerkend was de overgang van kleinschalig handwerk naar gemechaniseerde productie in fabrieken. Grote aanjager in dit overgangsproces was de stoommachine, die door toepassingen in de spoorwegen (stoomtrein) en de scheepvaart (stoomschip) tevens zorgde voor een revolutie in het transportwezen. Omdat stoommachines op steenkool liepen en van ijzer werden gemaakt, kwamen ook de steenkoolmijnbouw, de ijzerindustrie en de machinebouw tot grote bloei. Groot-Brittanniëwas het eerste land dat met de industriële revolutie te maken kreeg. De stoommachine werd in het begin vooral gebruikt om de waterpompen van mijnenaan te drijven. Een grote verandering voltrok zich in de textielnijverheid. Door de bevolkingstoename en de koloniale expansie begon de vraag naar katoenen producten snel te stijgen. Omdat de spinners en de wevers de grote vraag niet konden bijhouden, was dringend behoefte aan een door een krachtbron aangedreven weefgetouw, het power loom. Er werd een weefgetouw met halfautomatisch schietspoel uitgevonden, en er kwam een machine waarmee je meerdere draden tegelijk kon spinnen. Deze ‘Spinning Jenny’, in 1764bedacht door James Hargreaves, werd in 1779gevolgd door een sterk verbeterd weefgetouw; ‘Mule Jenny’. In het begin werden ze nog met waterkracht aangedreven, maar na 1780was de stoommachine zover verbeterd dat deze ook in de fabrieken als aandrijving gebruikt kon worden. Er kon nu veel meer textiel worden geproduceerd. Dat was ook nodig, want in 1750had Europa 130 miljoen inwoners, maar in 1850was dit aantal al verdubbeld, mede door de landbouwrevolutie. (Deze liep samen met de industriële revolutie; er werd het kunstmest ingevoerd, drainagesystemen werden ontworpen en de trekos werd door het paard vervangen. Verreweg het belangrijkste onderdeel van deze landbouwrevolutie was de verandering van zelfvoorziening naar productie voor de markt.)
Al die mensen moesten kleding hebben. Dankzij de machines werd er sneller en goedkoper geproduceerd en bleven de loonkosten laag. De textielindustrie is een van de aanjagers van de industriële revolutie geweest.
2. De tweede industriële revolutie
De tweede industriële revolutie duurde van circa 1870 tot omstreeks 1930. Kenmerkend was de verdergaande mechanisatie door de invoering van de lopende band, de vervanging van ijzer door staal en de ontwikkeling van de chemische industrie. Daarnaast werden steenkool en water vervangen door olie en electriciteit en kwam de benzinemotor tot ontwikkeling. Terwijl de eerste industriële revolutie op gang werd gebracht door (soms toevallige) uitvindingen van amateurs, werd de tweede industriële revolutie juist op gang gebracht door ondernemingen die veel geld investeerden in professioneel onderzoek (‘research’) naar nieuwe producten en productiemethoden. Om over voldoende kapitaal te beschikken, fuseerden kleine bedrijven tot grootschalige ondernemingen, die werden geleid door professionele managers. Ook werden aandelen uitgegeven. Deze ontwikkelingen leidden tot de overgang van het traditionele familiebedrijf naar de naamloze vennootschappen en multinationals. De revolutie eindigde na de ‘roaring twenties’ in Amerika, met de beurskrach in New York in 1929. De gevolgen waren desastreus, met als dieptepunt de Tweede Wereldoorlog.
3. De derde industriële revolutie De derde industriële revolutie begon in circa 1940 en loopt nu op zijn einde. De Verenigde Staten en Japan hebben een leidende rol in de ontwikkeling van computers gespeeld. In de VS werd gedurende de Tweede Wereldoorlog koortsachtig gewerkt aan militaire toepassingen van computertechnologie. Na de oorlog breidde het Amerikaanse ruimtevaartprogramma het aantal toepassingen uit. Japan specialiseerde zich in de ontwikkeling van de industriële toepassing van de computer: de robot. Vanaf 1970 zette de derde industriële revolutie zich ook in Europa voort.
De derde industriële revolutie was vooral een gevolg van een enorme ontwikkeling van de micro-electronica; electronische rekenmachines, digitale tellers en horloges, de compactdisc, de streepjescode enz. vele terreinen: voor het rekenen, de tekstverwerking, het tekenen en grafisch ontwerpen, het regelen en besturen van machines, het simuleren van processen, het vastleggen en verwerken van informatie, het geldverkeer en de telecommunicatie. De communicatiefase groeit in het begin van het nieuwe millennium enorm: de digitale revolutie. Volgens veel analisten is nu een nieuw tijdperk aangebroken: dat van de informatiemaatschappijof diensteneconomie. Hierbij is de verwerving en kanalisering van informatiebelangrijker geworden dan de pure productie. Intussen speelt de computer- en de communicatietechnologie een onvervangbare rol in alle delen van de wereld. Steeds meer landen zijn afhankelijk van de dienstverlenende sector en minder van landbouw en industrie.
Gevolgen van de 3 industriëlerevoluties Halverwege de 2e Industriële revolutie, in 1896, werd de Dow Jones Industrial Average voor het eerst gepubliceerd. De Dow Jones Industrial Average (DJIA)index is de oudste aandelenindexvan de Verenigde Staten. Dit was een rechtstreeks gemiddelde van de koersen van twaalf aandelen.
Een select clubje journalisten van The Wall Street Journal beslist welke bedrijven deel uitmaken van invloedrijkste beursindex ter wereld. Integenstelling tot de meeste andere indices is de Dow een prijsgewogen index. Dat betekent dat aandelen met een hoge absolute beurskoers een grote stempel drukken op de beweging van de index.
Wat zegt een beursindex zoals DJIA, S&P 50 en BEL 20 eigenlijk?
In veel grafieken is de y-as een vaste eenheid, zoals kg, meter, liter of euro. Bij deze index-grafieken lijkt dit ook zo, want op de y-as wordt de eenheid in punten gebruikt. Niets is echter minder waar! Een index-punt is nl. geen vaste eenheid in de tijd en je mag er dan ook historisch gezien geen enkele betekenis aan hechten. Een index wordt berekend aan de hand van een mandje aandelen. Bij elke index gebeurt dat volgens een bepaalde formule en de uitkomst van de formule levert een aantal punten op. Een grote fout die veel mensen maken is, dat er waarde gehecht wordt aan deze grafieken. Deze grafieken zijn echter erg bedriegelijk.
Na een periode van 25 jaar wordt de waarde van een mandje appels vergeleken met de waarde van een mandje peren. Er zitten momenteel nog maar 6 van de 30 oorspronkelijke bedrijven in de Dow Jones in vergelijking met het tijdstip (1979) dat de versnellingsfase van de laatste revolutie begon.
Dow1985 = (x1 + x2 + ........+x30) / 1 Dow2009 = (x1 + x2 + ........ + x30) / 0,132319125
In de jaren 90 van de vorige eeuw zijn er veel aandelensplitsingen geweest. Om de breuk gelijk te houden is zowel de teller als de noemer van de breuk veranderd. Een koersstijging van 1 dollar van het mandje in 2009 levert dus de facto 7,5 meer indexpunten dan in 1985. Omdat er in de jaren 90 nogal wat aandelensplitsingen zijn geweest, is dit waarschijnlijk de oorzaak waarom de Dow Jones in deze periode bijna exponentieel is gestegen. Momenteel staat de Dow op 9665. Bij het hanteren van de formule uit 1985 zou de index nu op 1279 staan.
In principe is er een piramidespel gecreëerd. Dit gaat goed zolang er bedrijven die in de ‘take-off’-fase of versnellingsfase van hun cyclus zitten, worden toegevoegd. Aan het eind van een transitie zullen dit er echter steeds minder worden.
Figuur: Het Koersverloop van de Dow Jones over de laatste twee industriële revoluties. De laatste jaren is de koersstijging in een enorme versnelling terechtgekomen. Zullen Beursindexen verder dalen? Het bepalen van de beursindexwaarden zoals hierboven beschreven en de weergave van indexen in historische grafieken zijn bruikbare indicatoren om aan te geven in welke fase een industriële revolutie zich bevindt.
De derde industriële revolutie bevindt zich duidelijk in de verzadigings- en aftakelingsfase. Deze fase kenmerkt zich, doordat de markt verzadigd is en de concurrentie toeneemt. Alleen de sterkste bedrijven kunnen de concurrentie aan, of nemen de concurrentie over (denk aan de overnames die Oracle en Microsoft de laatste jaren hebben gedaan). Onder de motorkap is er in ICT-land relatief weinig technisch nieuws meer onder de zon, alhoewel de marketingmachines vanuit Amerika ons anders willen laten geloven. In de voorontwikkelingsfase en take-off fase van een transitie ontstaan er veel nieuwe bedrijven. Het is een divergerend proces. Met name financiële instellingen spelen een belangrijke rol. Er is in deze fase per slot van rekening veel financiering nodig. De grafiek van salarissen van de financiële sector vertoont dan ook dezelfde s-curves als van beide revoluties.
Beleggers worden euforisch bij het horen van fusies en overnames. In feite geven fusies en overnames de convergerende processen weer aan het einde van een transitie. Objectief gezien is elke fusie of overname een vermindering van economische activiteiten. Dit wordt pijnlijk duidelijk als we naar de werkloosheidscijfers van diverse samenlevingen kijken. Nieuwe industriëlerevoluties ontstaan door nieuwe ideeën, uitvindingen en ontdekkingen, ofwel nieuwe kennis of inzichten. Ook hier hebben we als mensheid een verzadigingspunt bereikt. Er zullen steeds minder bedrijven komen in de ‘take-off’-fase of versnellingsfase die de bedrijven in de stabilisatiefase of de aftakelingsfase in het indexenmandje kunnen vervangen. In onderstaande grafiek is de koers/inkomsten verhouding zichtbaar over de laatste 2 industriëlerevoluties. Aan het einde van de 2e industriële revolutie in 1932 zakte deze index naar 5. Momenteel zitten we nog op 15. De koersen kunnen dus nog een factor 3 dalen.
Herhaalt de geschiedenis zich? De mensheid wordt momenteel geconfronteerd met dezelfde problemen als aan het eind van de 2eindustriële revolutie, zoals dalende beursindexen, sterk oplopende werkloosheid, torenhoge schulden van bedrijven en overheden en de slechte financiële posities van banken.
Transities worden geïnitieerd door uitvindingen en ontdekkingen, dus nieuwe kennis van de mens. Nieuwe kennis heeft weer invloed op de 4 andere componenten in een samenleving. Er worden momenteel weinig nieuwe uitvindingen of ontdekkingen gedaan. Dus de kans op korte termijn op een nieuwe industriële revolutie is niet erg groot. De historie heeft geleerd dat 5 pijlers voor een stabiele samenleving onontbeerlijk zijn.
Figuur: De 5 pijlers voor een stabiele samenleving
Aan het eind van elke transitie komt de pijler welzijn in het gevaar. Dit hebben we na elke industriële revolutie kunnen constateren. De pijler “WELZIJN” van een samenleving dreigt ook nu weer om te vallen. De historie heeft geleerd dat het omvallen van de pijler “WELZIJN” altijd resulteert in revolutie. Door de grote werkloosheid na de 2e industriële revolutie is er door veel samenlevingen een nieuwe transitie geïnitieerd, nl. het creëren van een oorlogseconomie. Deze economie bloeide m.n. in de periode 1940 – 1945.
Samenlevingen zullen ook nu weer een keuze moeten maken welke transitie zal worden ingezet. Wie geen kennis heeft van het verleden, heeft geen toekomst.
Wim Grommen Bronvermelding: Transities & transitiemanagement, casus van een emissiearme energievoorziening, Prof. dr. ir. Jan Rotmanse.a. .Geschiedenis Werkplaatssite van Wolters-Noordhoff Het artikel “Huidige crisis, een wetmatigheid?” is in maart gepubliceerd in “Hermes”, een 2-jaarlijks tijdschrift van de VVLG, de Vlaamse Vereniging voor Leraren Geschiedenis en Cultuurwetenschappen en in juni in het tijdschrift voor economisch onderwijs van de VECON, Vereniging van leraren in de economisch\maatschappelijke vakken in Nederland.
Commentaar (5)
|









Iedere productiefase, of iedere maatschappij of ander menselijk verschijnsel, doorloopt een zogenaamd transformatieproces. Transities zijn maatschappelijke transformatieprocessen, die tenminste één generatie beslaan. In dit artikel wil ik aan de hand van zo’n transitie aangeven, waar we met onze huidige maatschappij staan.








Die meneer weet er veel van... Ik amper iets. Wel mis ik een factor in z'n hele verhaal. En dat is echt weer iets... Ik bedoel, de factor die ik mis zijn de graaiende 'machthebbers' maar ik zag al dat de fijne Prof. dr. ing. een behoorlijk geindoctrineerde meneer is! Zijn titels gaven zijn state of mind al weg... Valt dus allemaal nog te bezien wat meneer vertelt, mijns inziens... maar wie ben ik? Geen prof. geen doctor geen ingeneur maar wel iemand die oplet misschien.
Overigens dit soort stukje propaganda doen het natuurlijk lekker met een ironsche blik bekeken...dat wel weer.